Milieubescherming in de olie- en gassector heeft veel internationale aspecten. Tal van internationale afspraken op milieugebied zijn ook van toepassing op de olie- en gasindustrie. Dat kunnen EU-richtlijnen zijn, maar ook internationale verdragen, zoals het OSPAR-verdrag.
Europese Unie
In EU-verband spelen bijvoorbeeld de volgende afspraken en richtlijnen:
OSPAR
Vijftien Europese landen hebben het OSPAR-verdrag ondertekend. Dit verdrag heeft als doel het maritieme milieu in het Noordoostelijke Atlantische gebied te beschermen. Hieronder valt ook de Noordzee. De belangrijkste bepalingen uit het verdrag zijn gericht op het voorkomen en beëindigen van de verontreiniging van het zeemilieu en het realiseren van duurzaam beheer van dit gebied.
OSPAR geeft uitvoering aan verschillende strategieën. Eén daarvan is specifiek gericht op de offshore industrie. In de loop der jaren zijn in de industrie tal van maatregelen getroffen om invulling te geven aan OSPAR-regels. OSPAR-regels voor de olie- en gassector worden in Nederland geïmplementeerd in de Mijnbouwwetgeving of uitgevoerd via het milieuconvenant.
Voorbeelden van OSPAR-maatregelen zijn
- 15% vermindering van de lozing van olie via productiewater. De Nederlandse sector heeft dit ruimschoots gehaald. (OSPAR Aanbeveling 2001/1.)
- Verwijderen van alle installaties na beëindigen van de productie (decommissioning). Een beperkt aantal uitzonderingen bestaat voor delen van heel grote installaties en betonnen installaties. In Nederland worden in principe alle installaties verwijderd. (OSPAR Besluit 98/3.)
- Vergroening van het gebruik van chemicaliën die bij boringen, productie en onderhoud worden ingezet. Het stoffenbeleid onder de EU REACH-richtlijn speelt hierbij ook een belangrijke rol. In Nederland hebben maatschappijen plannen opgesteld om een aantal producten te vervangen door minder schadelijke.
Meer informatie over vindt u op de website van de OSPAR-commissie.